Toonkunstkoor Maastricht
Najaarsconcert 2000

Artikel uit de TKM-Nieuwsbrief
jrg.1, nr.1 (oktober 2000)

Rondom het najaarsconcert

Liebeslieder van Brahms

Een der groten van het romantische lied is Johannes Brahms (1833-1897).
De talrijke liedcomposities (ca. 200) van Brahms zijn voor een groot deel te danken aan de vele vrouwen aan wie hij voor korte of lange tijd zijn hart verloor -zonder zich ooit aan een van hen echt te binden- en die, met uitzondering van Clara Schumann, allen zangeressen waren.

Ondanks het typische 19e eeuwse van zijn liederen (grote melodiebogen in de zangstem en pianopartijen, die veelal in gebroken akkoorden breed over het klavier uitgespannen worden) zetelen zij toch in melodiek en harmoniek en door hun puur lyrische kwaliteit dichter bij het volkslied en vroege vormen van het kunstlied dan de meest toonaangevende 19e eeuwse liederen.

Brahms schreef een omvangrijk oeuvre voor vocale ensembles in alle denkbare soorten, van eenvoudige volksliedzettingen tot dubbelkorige motetten, van Zigeunerlieder tot Marienlieder, van korte canons tot grote cantateachtige werken als Rinaldo, de Alt-Rhapsodie of -zijn meest befaamde werk- Ein deutsches Requiem.

Laatstgenoemd werk ging (in de zes-delige versie, zonder sopraansolo) op goede vrijdag 1868 in de kathedraal van Bremen in première (enkele delen waren eerder al in Wenen uitgevoerd). De combinatie van tragisch verlies, stralende troost en bezielende bevestiging, maakte diepe indruk. Totdat Brahms dit werk naar buiten bracht, was zijn positie als componist omstreden geweest; nu, op zijn vijfendertigste had de 'jonge adelaar' zijn vleugels uitgeslagen en naam gemaakt.

Opgewonden door zijn nieuwe succes bracht Brahms de zomer van 1868 door in Bonn. Zijn grootste wens was echter zich permanent in Wenen te vestigen. Hij was bij eerdere bezoeken zeer gehecht geraakt aan deze bekoorlijke muzikale hoofdstad en zou zich er in december 1868 dan ook definitief vestigen.

Weer eens in het Prater wandelend, vergat hij de kuise melancholie van zijn koorwerken en begon aan de schepping van enkele walsen voor zangstemmen en piano('s): de Liebeslieder-Walzer, op.52.. In de achttien Liebeslieder wordt de cadans van de Weense wals verbonden met teksten op het thema liefde.

Brahms componeerde voornamelijk over gedichten van eigentijdse, maar heden niet meer zo bekende literatoren, zoals Klaus Groth en G. Fr.. Daumer. Van deze laatste verscheen in 1855 een verzameling vertalingen van vooral Russisch-Poolse volkpoëzie in de bundel: Polydora, ein weltpoetisches Liederbuch. Uit deze bundel koos Brahms de 18 gedichten voor zijn Liebeslieder, opus 52. Ook voor de enkele jaren later uitgegeven Neue Liebeslieder, op.65 gebruikte hij 14 verzen uit Daumler's bundel.

De Liebeslieder-Walzer werden tijdens de zomervakantie van 1869 te Baden-Baden voltooid.

Van opus 52 bestaan verschillende versies. De oorspronkelijke versie is uit augustus 1869 voor zangstemmen (ad lib.) en piano vier handen; dan is er een door Brahms zelf gepubliceerde versie voor zangstemmen en piano twee handen (deze versie zingt TKM!). De nummers 1,2,4,5,6,8,9 en 11 bestaan ook in een door Brahms vervaardigde versie met orkestbegeleiding, overigens pas na zijn dood in 1938 gepubliceerd. De versie voor piano vier handen zonder zangstemmen heeft als opusnr. 52a.Verder bestaan er veel bewerkingen voor allerlei bezettingen, alle niet van Brahms.

(Neo)Classicisme
De Spaanse componist Joaquin Rodrigo, die het ongeluk had vanaf zijn derde jaar blind te zijn, werd in 1901 te Sagunto (Valencia) geboren en begon zijn muziekstudie in Spanje. Tussen 1927 en 1932 studeerde Rodrigo in Parijs, waar hij bij Paul Dukas compositielessen volgde aan de École Normale de Musique. Hij raakte in deze periode ook bevriend met de grote Spaanse componist Manuel de Falla, door wie hij zeer beïnvloed werd. In 1939 vestigde Rodrigo zich in Madrid. Onder de vele werken van Rodrigo werd zijn gitaarconcert: Concerto de Aranjuez (1939) wereldberoemd, vooral het tweede deel: adagio. Rodrigo’s stijl sluit aan bij de lijn De Falla – Turina. Hij heeft een neoclassicistische instelling en grijpt dan ook graag terug op de Spaanse muziek uit de 18e eeuw (bijv. D. Scarlatti, Soler). De Spaanse folklore speelt in zijn werk vooral een rol voor het aanbrengen van schilderachtige effecten. De liedcyclus Quatro Madrigales Amatorios schreef hij in 1947.

Was Rodrigo blind, de Franse componist Gabriël Fauré toonde vanaf 1903 tekenen van een hardhorendheid die tot zijn levenseinde aanzienlijk slechter werd.

Hij studeerde aan de Niedermeyerschool te Parijs en werd organist te Rennes en Parijs. In Parijs was hij gelijktijdig organist van de Madeleinekerk en directeur van het Conservatoire.

Fauré was bovenal een merkwaardige liederencomponist. Het lied van Fauré, hetzij strofisch behandeld, hetzij doorgecomponeerd, vertoont meestal enige éénmakende elementen, berustend b.v. op een doorlopende ritmische formule, of een vastgehouden akkoordische begeleiding. Fauré was zeker geen revolutionair, de zin van zijn evolutie is: spaarzaamheid en zuiveren van de expressieve middelen. Zij maakt van deze componist een werkelijk voorbeeld van classicisme. In die zin is er een opvallende overeenkomst met de meest classicistische componist van de Duitse Romantiek: Johannes Brahms.

Solisten en pianist

Claudia Couwenbergh is in 1999 begonnen met haar tweede fase opleiding aan de Zuid-Nederlandse Hogeschool voor Muziek. Ze studeert bij Barbara Schlick en volgde masterclasses bij mensen uit de "oude muziek-praktijk" als Paul Eswood en Kai Wessel. Ook nam ze deel aan een cursus Liedinterpretatie bij Semon Skigin. Al vroeg in haar studietijd ontwikkelde ze een voorliefde voor het Lied. Zij is dan ook regelmatig op de concertpodia te vinden met Liedrecitals. September 2000 was zij laureaat van de Erna Spoorenberg VocalistenpresentatieVoor het TKM Najaarsconcert heeft zij gekozen voor liederen uit het Latijnse taalgebied.
Andrea Poddighe is voor menig TKM-er een bekend gezicht. In het verleden heeft hij meerdere malen onder Jan Hupperts leiding meegewerkt aan concerten in Maastricht en Roermond. Hij studeerde in Maastricht (bij Mya Besselink) en vervolgde zijn studie aan het Centro di Perfezionamento per Artisti Lirici te Milaan. In 1987 werd hij derde prijswinnaar van het Internationaal Vocalistenconcours Den Bosch. Hierna volgden engagementen aan diverse binnen- en buitenlandse theaters en operagezelschappen.
Paul Huijts is zo langzamerhand de vaste (gast)pianist van TKM.
Hij volgde zijn opleidingen aan de conservatoria van Den Haag en Rotterdam en studeerde cum laude af voor het diploma Uitvoerend Musicus.
In 1990 won hij het Concours International de l’École Normale de Musique de Paris. Sindsdien is hij een veelgevraagd concertpianist die ook regelmatig op de radio te beluisteren is. Afgelopen september verzorgde hij een zeer succesvol concert tijdens het Parkstad Limburg Mozart Festival.